Heeft u vragen? Bel dan direct naar 026 – 8200 240 of mail naar mail@klimaatbeheer.eu

Betere luchtkwaliteit voor beter denkvermogen

Geplaatst door Wesley

Onderzoek vanuit de universiteit “Harvard, Syracuse University en SUNY Upstate” heeft vastgesteld dat verbeteringen van de binnen luchtkwaliteit het cognitief functioneren van medewerkers substantieel kan verbeteren.

Wanneer de meeste van ons denken aan luchtkwaliteit, wordt over het algemeen gedacht aan de buitenlucht waar de lucht vervuild wordt met o.a. smog, rook, stof en andere soorten luchtvervuiling. Echter besteden we tegenwoordig circa 90% van onze tijd in gebouwen. Een slechte binnen luchtkwaliteit kan ons denk-, redenatie- en probleemoplossende vermogen doen reduceren[1]. Lees hier meer over het belang van een goed binnenklimaat.

Binnen een gebouw zijn de concentraties van zogenaamde vluchtige organische stoffen, ook wel VOC’s genoemd, de belangrijkste veroorzakers van luchtvervuiling, gevolgd door Fijnstof en Bio-effluenten (CO2 (koolstofdioxide) en Microbiologische agentia).

De meeste personen worden dagelijks blootgesteld aan VOC’s in vrijwel elke omgeving waarin deze verblijven, en onderzoek heeft aangetoond dat deze VOC’s gezondheidsklachten als oogirritaties en/of irritatie van de bovenste luchtwegen kunnen veroorzaken. Echter blijkt nu dat naast de gezondheidsrisico’s de aanwezigheid van VOC’s ook de cognitieve prestatie kan beïnvloeden. Hierbij is vooral de invloed van kooldioxide (CO2) opmerkelijk.

Cognitieve functies en luchtkwaliteit (CO2)

De CO2-concentraties in de buitenlucht fluctueren in Nederland tussen de 350 en de 450PPM (Parts per million) afhankelijk van de omgeving. In bosrijke gebieden zal de concentratie lager zijn en in stedelijke gebieden aan de bovengrens van deze range. In gebouwen lopen de CO2-concentraties verder op.

Heersende waarden in gebouwen lopen veelvoorkomend op tot in de 800 – 1.200PPM-range, gelijk aan de richtlijnen van bouwbesluit/ARBO. Echter is het niet ongewoon om concentraties boven de 1.500PPM te zien of in ongeventileerde scholen tot boven de 4.000PPM. Tot op heden worden deze CO2-concentraties gebruikt als indicator of een ruimte voldoende wordt geventileerd. Maar naar verder onderzoek blijkt de heersende CO2-concentratie een significante invloed te hebben op de cognitieve prestaties van de aanwezigen.

Binnen de (double blind, aanwezigen hadden geen zicht op omstandigheden en resultaten) studie zijn de proefpersonen blootgesteld aan een CO2-concentratie gelijk aan de buitenlucht, van 950PPM en een heersende concentratie van 1400PPM. In de ruimten met 950PPM was de cognitieve prestatie 15% lager dan in de buitenluchtconcentraties. In de ruimten met 1400PPM was de cognitieve prestatie 50% lager.

De verschillen in cognitieve scores zijn dusdanig groot dat de CO2-concentraties een hogere mate van aandacht verdienen in de regelgevingen en totstandkoming/modificaties van toekomstige/bestaande gebouwen. Vooral nu vanuit onderzoek duidelijk lijkt te worden dat CO2 een directe, primaire, vervuiler kan zijn, die significante invloed heeft op menselijk functioneren.

Conclusie

Van de operatieve organisatiekosten bedraagt energie slechts 1% van het (waarvan het beperken van ventilatie slechts een aandeel is), terwijl 90% van de kosten de aanwezige fte’s zijn[2]. Deze 90% zijn niet alleen het overgrote deel van de kostenstructuur maar eveneens de meest belangrijke bron voor het functioneren van de organisatie. (ALS) middels verhoogde ventilatievoud, de cognitieve prestatie van de fte kan worden verhoogd, zullen de werkplekken de fte in staat stellen beter te functioneren. Verbeteringen van de luchtkwaliteit zijn dan complementair aan de aan de competitieve prestaties van de organisatie.

[1] Allen J. G., et All; The Impact of Green Buildings on Cognitive Function; HARVARD T.H. CHAN; 2015; http://www.chgeharvard.org/resource/impact-green-buildings-cognitive-function

[2] Browning B. (2012) The Economics of Biophilia: Why designing with nature in mind makes sense, 2012, https://www.terrapinbrightgreen.com/report/economics-of-biophilia/